top of page

Tussen liefde en leegte

 Een reis door destructieve liefde, trauma en heling

 

Sommige relaties voelen als lotsbestemmingen. Niet omdat ze ons zo gelukkig maken, maar omdat ze ons confronteren met alles wat nog in onszelf geheeld moet worden. Dit essay is een persoonlijke en filosofische verkenning van zo’n relatie: een liefde die begon met intens contact, diepe herkenning en de belofte van heling, maar eindigde in verwarring, leegte en zelfverlies.

 

Mijn reis voert langs de duistere dynamiek van verborgen narcisme, borderline-pijn en traumabinding, maar ook langs de weg omhoog: de weg van bewustwording, inzicht en de terugkeer naar het ware Zelf.

Het is een verhaal over liefde en leegte, over de verwoestende kracht van psychische problematiek binnen intieme relaties en over de vraag: hoe blijf je trouw aan jezelf als de ander jouw werkelijkheid wil herschrijven?

 

 

 

De ontmoeting

Toen ik haar leerde kennen voelde ik meteen dat er iets groters op het spel stond dan een gewone verliefdheid. Zij was open over haar psychische kwetsbaarheid: over de psychoses die zij had doorgemaakt, haar schizo-affectieve stoornis, haar moeilijke verleden. Ik wist: dit wordt geen gemakkelijke weg, maar toch was er iets wat mij naar haar toe trok. Iets dat verder ging dan verstand of logica.

 

In de eerste fase — de love bombing — gaf zij mij precies wat ik op dat moment nodig had: erkenning, warmte, intens contact. Zij zag mij, of leek mij te zien. Ik kwam net uit een langdurig huwelijk en was op zoek naar bevestiging, naar betekenis en naar een nieuwe bedding voor liefde.

Maar wat als dat wat als liefde voelt, eigenlijk een echo is van een oude wond?

Wat als je niet werkelijk wordt gezien, maar wordt verleid om jezelf te verliezen?

 

 

De afgrond opent zich

De betovering hield niet lang stand. Vrij snel begon zich een patroon af te tekenen: aantrekken en afstoten Intens contact gevolgd door onverwachte afstand. Woorden die niet strookten met daden. Liefdevolle berichten in de ochtend, kilte of stilte in de avond. Mijn werkelijkheid begon langzaam te verschuiven. Wat waarheid was, werd fluïde. Wat vanzelfsprekend leek  openheid, wederkerigheid, respect  werd ter discussie gesteld, maar op een subtiele wijze. Gaslighting is zelden luid. Het is de trage erosie van je intuïtie.

 

Mijn professionele ervaring met borderline problematiek waarschuwde mij: dit gedrag herkende ik. Maar het raakte ook iets ouds in mijzelf. Iets wat niet in opleiding of ervaring lag, maar in mijn eigen kindertijd. Het gevoel dat ik alles moest geven om liefde te behouden. Dat ik verantwoordelijk was voor de stemming van de ander. Dat liefde voorwaardelijk is, afhankelijk van hoe goed ik mij aanpas.

 

Zij spiegelde dat perfect. Niet bewust misschien, ik geloof dat zij ook gevangen zit, maar haar borderline-dynamiek, haar emotionele instabiliteit en manipulatie zetten mij langzaam klem in een relatie waarin mijn zelfgevoel werd uitgehold.

 

Haar gebrek aan empathie, of beter: haar onvermogen om zich werkelijk met mijn binnenwereld te verbinden, was schrijnend. Ze kon gewetenloos handelen, liegen, bedriegen en toch de façade van liefde ophouden. Die tegenstrijdigheid vrat aan mijn realiteitszin.

 

Op een zeker moment realiseerde ik mij: dit is geen ‘gewone’ kwetsbaarheid. Dit gaat verder dan stemmingswisselingen of trauma. Dit raakt aan iets wat dieper zit: een fundamenteel onvermogen tot verbinding.

Narcisme als overlevingsstrategie, als pantser tegen de leegte.

 

 

Het kantelpunt

Het kantelpunt kwam niet ineens. Het was geen donderslag bij heldere hemel, maar eerder het langzaam vollopen van een emmer. Elke leugen, elke stiltebehandeling, elke afwijzing, elke verdraaiing van de werkelijkheid droeg een druppel bij. Tot het moment dat de emmer overliep.

 

Dat gebeurde na het vreemdgaan, niet één keer, maar tweemaal. Onveilige seks, leugens daarover en vervolgens weer intimiteit met mij. Mijn gezondheid werd willens en wetens in gevaar gebracht. Ik vergaf het haar de eerste keer, tegen beter weten in. Liefde is soms blind, maar traumabinding maakt doof en zielloos. Ik sprak wel mijn grens uit helder, liefdevol maar krachtig: nog eens en het is voorbij.

 

Maar die grens werd niet gerespecteerd. Niet omdat ze het niet hoorde, maar omdat mijn grenzen nooit werkelijk bestonden in haar wereld. En dus gebeurde het opnieuw, dit keer met iemand uit de leefomgeving van haar kinderen. Dat was de druppel.

 

En toch….was ik zelfs toen nog niet weg. Ik bleef, sterker nog: ik keerde terug na haar zoveelste fake berouw. Traumabinding is een onzichtbaar koord. Geen ketting, geen boei, maar een fluwelen lint dat je zachtjes, maar onvermijdelijk, terugtrekt. Steeds weer opnieuw.

 

Pas toen ik zelf begon te verdwijnen werd de noodklok hoorbaar. Op mijn werk merkte ik dat ik fouten begon te maken. Ik huilde mee met cliënten, vergat afspraken, verloor mijn innerlijk kompas. Ik trok aan de bel bij mijn manager, hij zag het en gaf mij ruimte. Hij besloot dat ik zou afschalen naar 50%,  maar het kwaad was al geschied.

 

Mijn ex wist van dit alles. Zij wist hoe fragiel ik was, hoe wankel mijn innerlijke evenwicht. En toch...toen ik haar vroeg om rust en ruimte, kreeg ik een verwijt. Egoïst, noemde ze mij.

 

Toen knapte er iets.

Niet in woede of in een explosie, maar eerder een implosie. Een diep en intens weten: dit moet stoppen. Nu. Het was niet omdat ik haar niet meer liefhad, maar omdat ik mezelf volledig was kwijtgeraakt.

En wat is liefde waard als het je Zelf vernietigt?

 

 

De stilte als wapen

Ik beëindigde de relatie. Zonder een theatraal gebaar, geen woede-uitbarsting. Het gebeurde impulsief, in het moment, via een appje — eenvoudig, resoluut, rauw in zijn alledaagsheid. Niet omdat zij niet méér waard was dan een appje, maar omdat ik niks meer over had. De rek was er compleet uit.

 

Wat volgde, was stilte. Geen poging te praten, geen vragen, geen excuses. Alleen stilte. Wekenlang. Tot plots, op mijn verjaardag, een appje verscheen om mij te feliciteren. Alsof er niets was gebeurd. Alsof alles wat was gezegd, alles wat was gedaan en gebeurd, zich in een ander universum had afgespeeld.

Ik schreef haar een mail. Geen wanhopige liefdesbrief, maar een poging tot afsluiting, tot betekenisgeving. Ik vatte onze dynamiek samen, benoemde wat er was gebeurd, wat het met mij had gedaan. Er kwam geen reactie. Alleen stilte.

 

Op haar verjaardag, zo’n twee weken na mijn mail, stuurde ik een boekje. Een symbolisch gebaar, maar ook een oprecht cadeau, gekozen met zorg. In dat boekje stond beschreven wat ik al zo lang voelde: dat onze ontmoeting niet zonder betekenis was geweest. Dat liefde niet ophoudt bij destructie, maar juist dáár zichtbaar wordt  in het verlangen naar heelheid. Weer: geen reactie. Alleen stilte.

 

Pas later begreep ik wat die stilte werkelijk was: geen onvermogen tot spreken, maar een vorm van controle. Macht. De stiltebehandeling. Ik kende het uit mijn jeugd: het onzichtbaar maken van je pijn, het bestraffen van je gevoelens met afwezigheid. Mijn moeder beheerste die kunst als geen ander. En nu herhaalde het zich, alsof de tijd zich cirkelde in plaats van voortbewoog.

 

Twee weken na haar verjaardag stuurde ik een laatste app aan haar. Een laatste poging tot afsluiting, met een open hart. Kwetsbaar, eerlijk, liefdevol. Geen aanklacht, geen verzoek, maar een erkenning: ik mis je, ik voel je, ik hou van je. En opnieuw: geen reactie. Alleen stilte.

 

Totdat ik haar blokkeerde op Spotify. Toen pas kwam er een reactie: “Ben je zo boos dat je jouw lijsten van mijn Spotify hebt gehaald? Zo zonde…”.

 

Niet één woord over mijn verdriet, mijn pogingen tot contact, mijn woorden, mijn liefde. Enkel over het verlies van háár toegang tot mijn emotionele binnenwereld via mijn afspeellijsten. Die ene zin bevestigde wat ik vlak daarvoor had ontdekt: dit was nooit liefde zoals ik die kende.

Dit was iets anders.

Iets kouder.

Iets verborgens.

Iets narcistisch.

 

En ineens viel alles op zijn plaats.

 

 

De spiegel van het verleden

Ik wist het nu zeker. Die zekerheid kwam niet alleen door het feit dat het label verborgen narcist perfect paste op haar gedrag, maar omdat mijn hele lijf het wist. Alles in mij schreeuwde: dit is niet nieuw. Dit is oud. Dit ken ik.

 

Ik begon te lezen. Niet één boek, maar twintig. Over narcisme, trauma, gaslighting, emotionele manipulatie, liefdesverslaving. Podcasts, fora, artikelen, gesprekken met anderen die het ook hadden meegemaakt. Ik beet me erin vast. Ik deed dat niet omdat ik haar nog wilde begrijpen, maar omdat ik mezelf terug wilde vinden.

 

In al die boeken stond ook altijd een hoofdstuk over ouderschap. Over de impact van narcistische ouders. Ik sloeg die hoofdstukken aanvankelijk over. Dát was niet waar ik naar zocht, dacht ik. Tot ik besloot er toch een te lezen.

 

Het was alsof ik in een spiegel keek die ik mijn hele leven had vermeden.

 

De rol van het golden child, herkenbaar bij mijn broertje en zusje. De scapegoat, dat was ik. De manier waarop mijn moeder manipuleerde, kleineerde en toch alle touwtjes in handen hield onder het mom van ‘liefde’. De onzichtbare druk om te pleasen, om emotioneel te zorgen voor de ander. Om te verdwijnen als dat nodig was. Om je waarheid te verloochenen als dat de vrede bewaarde.

 

Het kwam binnen als een mokerslag. Alles wat ik mijn hele leven had gevoeld, maar nooit durfde te benoemen, werd nu ineens onontkoombaar duidelijk. Mijn verleden kwam niet zachtjes binnen, het stormde. En het trok een beerput open die ik uit zelfbehoud jarenlang gesloten had gehouden.

 

Mijn waarheid begon te wankelen. Overtuigingen die ik als fundamenten van mijn bestaan had beschouwd, begonnen af te brokkelen. Wie ben ik als ik niet langer geloof dat het mijn schuld was? Wat blijft er over als ik zie dat mijn eigen ouders mij nooit écht hebben gezien?

 

Pijn, ja.

Maar ook ruimte.

Want er was iets wat mij overeind hield.

 

Mijn kinderen. Mijn ex-vrouw. Mijn vrienden. Mijn werk en collega’s. Mijn kunst. Maar bovenal: de muziek. De muziek was mijn anker. Mijn troost. Mijn stem als ik zelf geen woorden had. De muziek begreep me zoals geen mens dat kon.

 

Diep van binnen voelde ik:  dit gebeurt niet zonder reden. Dit is de uitnodiging. Om mezelf eindelijk te ontmoeten. Om te helen. Niet ondanks deze relatie, maar dankzij. En niet ondanks mijn pijn, maar erin en dwars erdoorheen.

 

Ik koos voor schematherapie. Ik vroeg om hulp omdat ik wist dat ik deze reis niet alleen hoefde te maken. En omdat ik, ondanks alles, heilig geloof in groei.

 

Want dit is niet alleen een verhaal van pijn.

Dit is het verhaal van bevrijding.

 

 

Terug naar mezelf: het pad van heling

Ik zat daar. In een kamer die bijna identiek is aan mijn eigen spreekkamer, notabene aan de overkant van de straat. Een kamer die voor mij meteen vertrouwd en veilig voelde, tegenover een therapeut die ik nauwelijks kende, maar die mij recht aankeek. Dat deed zij niet om mij te doorgronden, maar om mij ruimte te geven. Ruimte om niets te hoeven zijn. Geen helper. Geen ouder. Geen redder. Geen pleaser. Alleen ik.

 

Voor het eerst in lange tijd mocht ik ademhalen zonder mezelf te verantwoorden.

 

Schematherapie. Het woord is zo abstract, maar voor mij werd het een plek van thuiskomen. Niet omdat het gemakkelijk is, integendeel. Maar omdat het mij uitnodigt de stemmen in mijn hoofd te ontmoeten die ik mijn hele leven had leren onderdrukken. Het kwetsbare meisje. De woedende puber. De afwezige moeder. De gekwetste dochter. En heel langzaam, heel voorzichtig: het kompas van mijn ware Zelf.

 

Elke sessie voelt als een ontmoeting. Soms een botsing. Soms een breuk. Maar ik maak steeds weer de keuze om te blijven. Om niet weg te lopen van het verdriet. Om niet opnieuw te verdwijnen in de leegte van iemand anders, maar bij mezelf te blijven, ook als dat betekent dat ik door vuur moet gaan.

 

Ik leer dat loyaliteit aan mijn verleden niet hetzelfde is als trouw aan mezelf. Dat ik pijn niet hoef te negeren om te overleven. Dat ik grenzen mag stellen, niet uit wrok, maar uit liefde. En ik leer wat liefde werkelijk is.

 

Niet de verslavende high van de love bombing.

 

Niet de valse intimiteit van afhankelijkheid.

 

Niet het loze ‘ik hou van je’ zonder gedrag dat het ondersteunt.

 

Liefde is zacht én krachtig. Liefde is waarheid. Liefde zegt: ik zie jou- en ik zie mezelf ook.

 

Langzaam begin ik mezelf weer terug te vinden in kleine momenten. Een wandeling in stilte. Muziek die niet alleen troost, maar ook bevestigt: ik bén er nog. Het besef dat ik mag bestaan, los van wat ik voor anderen beteken.

 

En op een dag, onverwacht maar onmiskenbaar, voelde ik iets dat ik lange tijd niet had gevoeld: rust.

 

Niet omdat het verleden weg was. Niet omdat alles ineens klopte of was opgelost. Maar omdat ik mezelf vasthield, daar waar niemand anders dat ooit had gedaan. Ik ben mijn eigen anker aan het worden. Deze reis is nog niet ten einde. Ik zit er nog middenin. Maar ik beweeg. En met elke stap hervind ik iets dat nooit écht weg was: mijn essentie.

 

 

Zelfliefde: de bodem onder mijn bestaan

Lange tijd was zelfliefde voor mij een abstract begrip. Iets voor op tegeltjes of in zelfhulpboeken. Iets wat ik anderen gunde, maar mezelf niet durfde toe te eigenen. Want hoe kun je houden van jezelf als je geleerd hebt dat je alleen maar waardevol bent als je iets geeft? Als je nodig, nuttig of beschikbaar bent?

 

Ik heb geleerd te zorgen voor anderen. Hen te begrijpen, aan te voelen, op te vangen, te dragen. Maar niemand heeft mij ooit geleerd om mezelf vast te houden. Ik weet alles van empathie, maar niets van grenzen. Alles van geven, maar niets van ontvangen.

 

Zelfliefde begon voor mij niet met grote woorden of mooie intenties. Het begon met kleine, vaak onzichtbare keuzes. Stoppen met appjes sturen waar ik geen antwoord op kreeg. De muziek opzetten die mij troost gaf, niet haar herinnerde. Vroeg naar bed gaan omdat ik moe was en niet omdat ik niets meer wilde voelen. Nee zeggen, zonder me te verontschuldigen. Ja zeggen tegen therapie, tegen hulp, tegen kwetsbaarheid.

 

Ik ontdekte dat zelfliefde rauw en ongemakkelijk kan zijn. Dat het soms betekent: niet reageren. Niet teruggaan. Niet hopen dat het dit keer anders zou zijn. Het betekent: rouwen om het verlangen dat nooit vervuld werd. Het kind in mij dat nog steeds hunkerde naar bevestiging van mensen die dat niet kunnen geven.

 

Het betekent: mezelf aankijken in de spiegel en zeggen, zonder aarzeling: “Jij verdient beter. Jij bent genoeg. Jij mag helen”.

 

Soms voelde ik me leeg.

Soms woedend.

Soms wanhopig.

Maar in al die emoties lag ook de waarheid van mijn herstel: ik voelde weer. En wat ik voelde was van míj. Niet ingegeven door manipulatie of gaslighting, maar geworteld in mijn eigen lichaam en mijn eigen ziel.

 

Langzaam, heel langzaam, begin ik in mezelf te geloven. Ik zie hoe ik jarenlang liefde heb gezocht in de ogen van mensen die mijn licht niet konden zien. En ik besloot: voortaan kijk ik met liefde naar mezelf. Ik ben het waard. En dat is niet omdat ik perfect ben, maar juist omdat ik dat niet ben.

 

Mijn kwetsbaarheid is geen zwakte. Het is mijn menselijkheid en daarin ligt mijn kracht.

 

Zelfliefde wordt mijn fundament. Geen muur, geen pantser, maar een bodem. Zacht, krachtig, dragend. Het geeft mij iets terug wat ik lang kwijt was: waardigheid. En vanuit die waardigheid groeit mijn wil om opnieuw te bouwen. Niet op zand, maar op waarheid.

 

 

Wedergeboorte in het dagelijks leven: leven in waarheid en verbinding

Na een periode van diepe rouw, verwarring en heling, breekt langzaam een ander soort stilte aan. Niet langer de kille, verlammende stilte van genegeerd worden, maar een warme, ruime en scheppende stilte waarin ik mezelf weer hoor. Waarin ik mijn adem voel, mijn lichaam bewoon, mijn grenzen verken. Waarin ik opnieuw leer leven. Geen overleven, maar léven.

Deze wedergeboorte is geen plotse verlichting. Het is geen spectaculair ontwaken of heroïsche doorbraak. Het is eerder het stille ontwaken van een ziel die zich herinnert wie ze altijd al was.

 

Ik neem mijn ervaringen mee naar mijn werk, maar op een nieuwe manier. Niet langer als last, maar als kompas. Ik weet nu hoe diep destructieve verbindingen kunnen snijden. Dat maakt mij des te bewuster van mijn verantwoordelijkheid in het contact met cliënten. Niet als redder, maar als mens naast de mens. Als getuige, niet als rechter. Als spiegel, niet als een projectiescherm.

 

Thuis ben ik zachter geworden, meer open en meer toegankelijk. Dierbaren hoeven mijn liefde niet te verdienen, maar ik die van hen evenmin. Ik ben. En dat is genoeg. Mijn kinderen zien een moeder die huilt, maar ook lacht. Die faalt, maar ook leert. Die zegt: “Het spijt me en het meent. Ik ben geen onfeilbare rots, maar een levend, voelend mens. En dat is precies wat hen veiligheid biedt: mijn menselijkheid.

 

In mijn relaties met anderen kies ik voor helderheid. Voor grenzen die geen muren zijn, maar poorten met bewakers. Ik weet nu: ik hoef niet iedereen binnen te laten. Niet iedereen heeft goede bedoelingen. Er is geen enkele behoefte meer om mezelf te verliezen om een ander te winnen. Wie mij echt ziet, zal naast mij staan. Niet boven mij, niet onder mij, maar naast mij. In gelijkwaardigheid. In verbinding.

Liefde zonder waarheid is geen liefde, en waarheid zonder liefde is geen waarheid.

 

Muziek blijft mijn anker. Kunst, stilte, natuur, mijn kinderen — alles wat mij terugbrengt bij de essentie. Bij het zijn. Bij de liefde die ik niet buiten mezelf hoef te zoeken omdat ze in mij leeft. In mijn adem.

Mijn handen.

Mijn woorden.

Mijn keuzes.

 

Deze wedergeboorte is niet het einde van mijn reis, maar het begin van een nieuw hoofdstuk. Een leven waarin ik niet langer geleid wordt door angst, afhankelijkheid of trauma, maar door waarheid, zelfliefde en verbondenheid.

 

Ik ben thuisgekomen in mezelf.

 

 

 

Epiloog

 

 

I. De herinnering aan verbinding: van overleving naar heling

 De pijn van een relatie met een verborgen narcist, en met een partner met borderline kenmerken, is rauw, verwarrend en diep ontwrichtend. Maar wanneer de nevel van illusie optrekt, ontstaat ruimte voor een pijnlijk, maar bevrijdend inzicht: deze relatie diende niet om de ander te helen, maar om mezelf te ontmoeten. Niet het oppervlakkige zelf dat overleeft, aanpast en bemiddelt, maar het ware Zelf dat al die tijd op mij heeft gewacht, verstopt onder lagen van aangeleerd gedrag, overlevingsstrategieën en valse overtuigingen uit mijn jeugd.

 

De ontdekking van narcisme in mijn ouderlijke context was als een trap naar een kelder waarvan ik niet wist dat hij bestond. Jarenlang had ik geloofd dat ik als kind ‘te gevoelig’ was, ‘lastig’ en ‘een vreemde snuiter’. Pas toen ik door de hoofdstukken over narcistisch ouderschap las, vielen de puzzelstukjes op hun plaats. De manipulatie, de stiltebehandelingen, de rol van zondebok: het waren geen toevallige patronen, maar structurele dynamieken. Wat zich herhaalde in mijn liefdesrelatie, had zijn oorsprong in mijn jeugd.

 

Juist die herhaling werd een kans. En dan niet om opnieuw gekwetst te worden, maar om wakker te worden. Om te herkennen dat wat ik liefde noemde in feite een echo was van mijn oude pijn. Dat wat als verbinding voelde, in werkelijkheid een binding was gebaseerd op trauma en niet op wederkerigheid. En in dat besef vond ik iets wat veel dieper reikt dan boosheid of wrok: compassie. Niet in de zin van vergoelijken of goedpraten, maar als erkenning van de gebrokenheid in de ander én in mezelf.

 

II. Liefde als herinnering aan wie we werkelijk zijn

 De liefde die ik voelde, en voel, voor mijn ex is geen vergissing geweest. Ze was echt, ook al was zij dat misschien niet. Mijn liefde was waarachtig, oprecht, open. En die liefde zegt iets over mij. Niet over wat ik tekortkom, maar over wat ik in overvloed bezit. Die liefde is geen naïeve liefde, maar getuigt van de diepe drang naar verbinding die ieder mens in zich draagt.

 

Maar waar ik ooit dacht dat liefde bestond uit redden, overbruggen en lijden voor de ander, weet ik nu: ware liefde begint bij zelfliefde. Niet als egocentrisch concept, maar als een anker. Zelfliefde betekent grenzen stellen, waarheid spreken, blijven staan wanneer de ander wiebelt. En het betekent ook: erkennen dat sommige mensen niet kunnen liefhebben. Niet omdat ik niet de moeite waard ben, maar omdat zij zichzelf nog niet kunnen ontmoeten.

 

Zo werd mijn reis met een verborgen narcist uiteindelijk een reis naar binnen. Naar mijn eigen wonden, mijn patronen, mijn verlangens. Naar de pijn van gemis en de schoonheid van herstel. En bovenal: naar de herinnering aan verbinding  die oeroude kennis dat liefde niet iets is wat we verdienen of verkrijgen, maar iets wat we zijn.

 

 

III. De liefde kiezen, voorbij het trauma

 Mijn verhaal is geen uitzondering. Steeds vaker duiken in de publieke ruimte  op sociale media, tv, in boeken, podcasts en therapiekamers  stemmen op van mensen die zichzelf herkennen in de dynamiek van narcistisch of borderline gedrag bij hun partner. Maar wat dit debat nodig heeft, is nuance. Niet elke moeilijke partner is een narcist. Niet elk intens gevoelsleven is borderline. Maar er bestaan destructieve persoonlijkheidsstructuren die diep ontwrichtend zijn voor wie met hen in relatie staat. En daarover zwijgen uit angst om te stigmatiseren, betekent overlevers opnieuw het zwijgen opleggen.

 

Wat we nodig hebben is bewustwording, geen veroordeling. Inzicht in de mechanismen van traumabinding, gaslighting, emotionele chantage en de subtiele verschuiving van grenzen die maakt dat mensen, vaak liefdevolle, empathische mensen, zichzelf verliezen in het contact met de ander. Mensen met borderline of narcisme willen vaak wel liefde, maar hun innerlijke chaos, kwetsbaarheid en identiteitsfragmentatie maken dat ze deze liefde saboteren op het moment dat het dichtbij komt. Dat maakt hen niet per definitie slecht, maar het maakt hen ook niet veilig. Daarom is professionele afstand noodzakelijk wanneer je met hen werkt, en persoonlijke afstand cruciaal wanneer je met hen leeft. Niet vanuit hardheid, maar uit liefde: liefde voor jezelf.

 

Mijn helingsproces is nog niet voltooid, maar ik ben onderweg. Schematherapie helpt mij oude patronen te ontrafelen. Vriendschap, muziek en schrijven dragen me op moeilijke dagen. En bovenal is er het diepe weten dat mijn ervaring zin heeft, niet omdat ik moest lijden, maar omdat ik ervoor kies om in dit lijden een boodschap van liefde te ontwarren.

 

En dan is er nog iets teruggekeerd, iets wat lang stil was gebleven: de kunst. In mijn reis terug naar mijn ware Zelf heb ik het schilderen opnieuw opgepakt. Via beeld, kleur, vorm en taal wil ik mijn reis verbeelden. Ik wil daarmee niet vasthouden aan het verleden, maar zichtbaar maken wat getransformeerd is. Om te getuigen van de kracht van kwetsbaarheid en de schoonheid van heling.

 

Kunst helpt mij spreken waar woorden tekortschieten en laat mij voelen wat mijn hoofd soms nog niet begrijpt. Kunst is mijn brug naar verbinding: met mezelf, met anderen en met het grotere geheel.

 

Ik geloof dat wij als mens, en als samenleving, voor een cruciale keuze staan. Willen we blijven geloven in de mythe van liefde als opoffering, als lijdensweg, als fixen van de ander? Of durven we een ander paradigma te omarmen: liefde als waarheid, liefde als spiegel, liefde als belichaming van verbinding? Een verbinding die begint in onszelf en zich dan pas, vrij en wederkerig, uitstrekt naar de ander.

 

Liefde is niet het tegenovergestelde van pijn.

Liefde is wat ons door de pijn heen leidt, terug naar onszelf.

alt= een gewond hart kan altijd weer helen met liefde
alt= twee handen vormen samen een hart
bottom of page