Een jaar van transformatie
Over afscheid, innerlijke herpositionering en de moed om vooruit te blijven gaan
​
​
​
Inleiding
Het einde van een jaar nodigt vaak uit tot terugkijken, maar zelden tot echt blijven staan. Alsof wat voorbij is alleen waarde heeft wanneer het netjes kan worden afgerond, beoordeeld of achtergelaten. Dit jaar vraagt iets anders van mij. Het laat zich niet vangen in hoogte- of dieptepunten, noch in een verhaal met een duidelijke lijn. Wat zich aandient, is eerder een innerlijke verschuiving dan een overzicht. Een besef dat zich langzaam heeft uitgekristalliseerd: ik ben niet meer dezelfde vrouw als aan het begin van 2025.
Die constatering draagt geen triomf en ook geen rouw, maar helderheid. Het afgelopen jaar heeft mij niet veranderd door spectaculaire gebeurtenissen, maar door een langdurig proces van naar binnen keren, waarnemen, verdragen en opnieuw positioneren. Er was veel beweging, ook wanneer het uiterlijk stil leek. Er waren momenten van twijfel en vermoeidheid, maar ook een groeiend vermogen om bij mezelf te blijven zonder onmiddellijk antwoorden te hoeven hebben. Wat ooit als verwarring werd ervaren, begon zich te tonen als een noodzakelijke fase van innerlijke herordening.
Terugkijken voelt daarom niet als teruggaan. Het is eerder een zorgvuldig aftasten van wat zich heeft vastgezet in mijn denken, mijn voelen en mijn handelen. Psychologisch gezien is er iets fundamenteels verschoven in de manier waarop ik mij tot mezelf verhoud. Filosofisch gezien veranderde mijn verhouding tot tijd, richting en verantwoordelijkheid. De vraag was niet langer hoe ik moest begrijpen wat er gebeurd was, maar hoe ik aanwezig kon blijven bij wat zich bleef ontvouwen.
Dat ik uiteindelijk de stap heb gezet om te beginnen aan de opleiding psychologie, een verlangen dat al jaren in mij leefde, is geen losstaand feit binnen dit verhaal. Het is een consequentie van deze innerlijke beweging. Een keuze die voortkwam uit trouw blijven aan wat zich in stilte had opgebouwd. Vooruit blijven gaan betekende niet dat alles helder of afgerond was, maar dat ik mezelf voldoende vertrouwde om richting te kiezen terwijl het proces nog gaande was.
Dit essay is geen terugblik om af te sluiten, maar een poging om woorden te geven aan een transformatie. Aan een jaar waarin ik mezelf opnieuw heb leren dragen en waarin de toekomst niet langer voelde als iets wat moest worden ingehaald, maar als iets waar ik mij toe mocht verhouden.
Psychologische laag: innerlijke afstemming als proces
Wat zich dit jaar vooral voltrok, was geen zichtbare omwenteling, maar een verschuiving in de manier waarop ik mij tot mezelf verhoud. Lange tijd bewoog ik vanuit alertheid, vanuit een fijn afgestemde gevoeligheid voor signalen van buitenaf. Dat vermogen heeft mij veel gebracht, maar het had ook een prijs. Mijn aandacht was vaak gericht op afstemming met de ander, terwijl de afstemming met mezelf steeds verder onder druk kwam te staan. Dit jaar bracht een langzaam, soms moeizaam proces op gang waarin die balans zich begon te herstellen.
Binnen mijn schematherapie begon langzaam zichtbaar te worden hoe deze beweging niet op zichzelf stond. Wat zich in het heden afspeelde, raakte aan oude schema’s die hun oorsprong hadden in eerdere ervaringen en die opnieuw geactiveerd waren geraakt binnen een relationele dynamiek. Pas gaandeweg werd duidelijk dat het niet ging om een nieuw probleem, maar om een oud innerlijk patroon dat opnieuw tot leven was gewekt. Door deze schema’s en modi te leren herkennen terwijl ze actief waren, ontstond er ruimte tussen ervaring en reactie. Ruimte om niet automatisch mee te bewegen, maar aanwezig te blijven bij wat zich in mij aandiende.
​
Parallel aan dit therapeutische proces liep mijn vertrouwdheid met het gedachtegoed van Carl Gustav Jung als een stille, dragende onderstroom mee. Waar schematherapie mij hielp om patronen te herkennen en te onderscheiden, bood Jung een dieper existentieel kader om te begrijpen wat hier op het spel stond. Het ging niet alleen om het corrigeren van gedrag en gedachten of het herstellen van balans, maar om een proces van individuatie: het geleidelijk durven ontmoeten van delen van mezelf die lange tijd buiten het bewuste zelfbeeld waren gehouden.
​
Het aankijken van de schaduw was daarin geen abstract concept, maar een concrete ervaring. Het betekende erkennen dat bepaalde reacties, angsten, projecties en verlangens niet voortkwamen uit zwakte, maar uit innerlijke delen die ooit bescherming boden. In plaats van deze delen te veroordelen of te willen overstijgen, leerde ik ze te verdragen in het bewustzijn. Dat vroeg moed, omdat het betekende dat idealisaties wegvielen en dat ik niet langer kon schuilen achter verklaringen of rationalisaties die mij op afstand hielden van wat werkelijk geraakt werd.
​
In die beweging ontstond er ruimte tussen ervaring en reactie. Door te leren herkennen vanuit welk innerlijk deel ik reageerde, werd het mogelijk om niet automatisch mee te bewegen met oude patronen. Dat proces vroeg vertraging, herhaling en mildheid. Soms betekende het begrenzen waar voorheen aanpassing vanzelfsprekend was geweest. Soms juist het toelaten van pijn die lange tijd was omzeild. Wat hierin langzaam groeide, was een steviger innerlijk kompas van waaruit ik keuzes kon maken. Niet omdat de oude stemmen helemaal verdwenen, maar omdat ik de stemmen leerde herkennen en er een steviger, meer dragende stem naast kwam te staan: die van mijzelf.
​
Ook mijn verhouding tot emoties veranderde. Gevoelens hoefden niet langer onmiddellijk verklaard of gereguleerd te worden. Ze werden signalen die iets wezenlijks vertelden over mijn grenzen, mijn verlangens en mijn draagkracht. Lichamelijke reacties kregen daarin een gelijkwaardige plaats. Vermoeidheid, spanning en onrust werden minder ervaren als obstakels en meer als aanwijzingen dat er iets om aandacht vroeg.
​
Deze psychologische verschuiving voltrok zich niet lineair. Oude reflexen dienden zich nog regelmatig aan, soms onverwacht en soms intens. Het verschil zit in mijn vermogen om ze te herkennen zonder mezelf daarin kwijt te raken. Wat eenmaal in het bewustzijn is opgenomen, laat zich niet meer volledig terugduwen. Er ontstond een mildheid ten opzichte van het proces zelf en daarmee een steviger basis om verder te bewegen zonder mezelf te forceren.
Langzaam begon ik mezelf weer te ervaren als iemand die niet alleen begrijpt wat er gebeurt, maar het ook kan dragen. Dat besef vormde een essentieel fundament voor de keuzes die later dat jaar hun vorm zouden krijgen.
Filosofische laag: tijd, richting en verantwoordelijkheid
Parallel aan deze psychologische verschuiving veranderde ook mijn verhouding tot tijd. Waar tijd lang werd ervaren als iets wat moest worden ingehaald of ingehaald leek te worden door omstandigheden, begon zij zich nu meer te tonen als een innerlijke ruimte waarin betekenis zich langzaam kan ontvouwen. Het afgelopen jaar maakte duidelijk dat richting niet ontstaat door snelheid, maar door aandacht. Door te blijven bij wat zich aandient, zonder het onmiddellijk te willen vastleggen, veranderen of overstijgen.
Filosofisch gezien raakte dit aan een diepere vraag naar verantwoordelijkheid. Niet als morele plicht tegenover verwachtingen van buitenaf, maar als een innerlijke bereidheid om te dragen wat zich in mij heeft aangediend. Verantwoordelijkheid werd minder gekoppeld aan controle en meer aan aanwezigheid. Aan het vermogen om niet weg te bewegen van complexiteit, onzekerheid of ambivalentie, maar daarin stand te houden zonder mezelf te verliezen.
In die zin werd vooruitgaan een existentieel begrip. Niet als het streven naar een eindpunt, maar als een manier van verhouden tot het leven dat zich blijft ontvouwen. Richting blijkt geen vaststaand gegeven, maar iets wat ontstaat in het trouw blijven aan wat waarachtig voelt, ook wanneer de uitkomst zich nog niet laat overzien. Dat vraagt moed, maar ook, en vooral, een bereidheid om niet alles vooraf te willen begrijpen.
Deze houding bracht een andere omgang met keuzes met zich mee. Keuzes werden minder beladen met de vraag of ze definitief of juist zijn en meer gedragen door het besef dat leven zich beweegt in fases. Wat vandaag klopt, hoeft niet voor altijd vast te liggen om betekenisvol te zijn. Die erkenning bracht ruimte en een zachtere verhouding tot mezelf.
In die ruimte werd ook duidelijk dat denken niet losstaat van leven. Filosofie was niet langer een abstract kader, maar een manier om het geleefde te verstaan. Om ervaringen niet te reduceren tot verklaringen, maar ze te laten spreken binnen een bredere context van mens-zijn, verbondenheid en tijdelijkheid. Wat zich innerlijk voltrok, vraagt om een houding die zowel reflectief als belichaamd is.
Zo groeide het besef dat vooruit blijven gaan geen vlucht is, maar een vorm van trouw. Trouw aan wat zich in stilte heeft opgebouwd en aan een toekomst die niet vastligt, maar wel uitnodigt tot deelname.
​
​
​
Keerpunt: vooruit bewegen als belichaamde keuze
Op een gegeven moment werd zichtbaar wat zich al langere tijd in mij had opgebouwd. Het kwam niet als plotseling inzicht, maar als een helder weten dat zich niet langer liet uitstellen. De stap om te beginnen aan de opleiding psychologie voelde daarom niet als een sprong in het onbekende, maar als een beweging die al gaande was. Een keuze die voortkwam uit jaren van denken, voelen, werken en schrijven, en die nu een vorm vond waarin hoofd en hart eindelijk samen verder mochten bewegen.
Deze beslissing werd niet genomen vanuit een positie van rust of zekerheid, maar wel vanuit vertrouwen in het proces zelf. Het verlangen om te leren, te verdiepen en te begrijpen was nooit verdwenen, maar had tijd nodig gehad om te rijpen. Vooruit blijven gaan betekende hier niet dat alles op zijn plaats viel, maar dat ik mezelf toestond om te handelen in overeenstemming met wat zich innerlijk al had uitgekristalliseerd. Studeren werd daarmee geen doel op zich, maar een manier om mij verder te verhouden tot het leven, tot de ander en tot mezelf.
In diezelfde periode kreeg ook een andere lang gekoesterde wens gestalte. De wens om een eigen plek te creëren waar denken, schrijven en beeld samenkomen, en waar mijn filosofische zoektocht zichtbaar mag zijn zonder zichzelf op te dringen. Het bouwen van mijn website was geen project dat naast mijn proces liep, maar maakte er wezenlijk deel van uit. Het was een manier om wat innerlijk vorm had gekregen, voorzichtig en met aandacht naar buiten te brengen.
Die plek fungeert niet als etalage, maar als bedding. Een ruimte waarin verbinding, reflectie, waarheid en verbeelding elkaar mogen ontmoeten. Het schrijven krijgt daar een ander gewicht, omdat het niet langer alleen gedragen wordt door het persoonlijke, maar ook door de bereidheid om het gedeelde centraal te stellen. Wat lange tijd in stilte was ontstaan, kreeg eindelijk een eigen vorm in de wereld, zonder haast en zonder behoefte aan bevestiging.
Deze keuzes markeren geen afronding, maar een verschuiving in houding. Ze laten zien dat vooruit kijken niet vraagt om het loslaten van wat geweest is, maar om het integreren ervan in een bredere beweging van betekenis. Wat dit jaar heeft gebracht, leeft voort in hoe ik nu sta, leer en deel. Niet als eindpunt, maar als richting.
​
Slot: aan het begin van wat komt
Wanneer ik nu vooruit kijk, doe ik dat zonder de behoefte om te voorspellen of vast te leggen. De toekomst voelt niet langer als een belofte die moet worden waargemaakt, maar als een ruimte waarin ik simpelweg aanwezig mag zijn. Wat het afgelopen jaar heeft gebracht, draag ik met me mee, niet als last, maar als ervaring die mij heeft gevormd in hoe ik kijk, luister, kies en aanwezig ben.
Ik weet dat groei zich zelden in rechte lijnen voltrekt. Er zullen momenten komen van twijfel, vertraging, ongemak en heroriëntatie. Toch voelt mijn positie anders dan voorheen. Er is een stevigheid ontstaan die niet rust op zekerheid, maar op een hernieuwde relatie met mezelf. Ik vertrouw meer op mijn eigen innerlijk kompas en minder op wat zich van buitenaf aandient als richtinggevend.
​
Vooruit blijven gaan betekent voor mij nu dat ik mij blijf verhouden tot wat waarachtig voelt, ook wanneer dat vraagt om geduld, nuance en het verdragen van ongemak. Dat ik ruimte blijf maken voor leren, denken, verbinden en voor delen, zonder mezelf daarin te verliezen. De keuzes die ik heb gemaakt dragen geen belofte van eenvoud, maar wel van betrokkenheid. Bij het leven zoals het zich aandient en bij de mens die ik daarin ben geworden.
Dit jaar markeert geen afsluiting, maar een transformatie. Een verschuiving van zoeken naar bewonen, van reageren naar dragen en van achtervolgen naar zijn. Ik sta aan het begin van wat komt, met een groter vertrouwen in mijn vermogen om aanwezig te blijven, ook wanneer de weg hobbelig wordt en zich nog niet volledig laat zien.
Dat is misschien wel de meest wezenlijke beweging van dit jaar geweest: dat ik mezelf weer ben gaan dragen en van daaruit weer vooruit kan kijken.


