top of page

Zelfs thuis niet veilig

Over vertrouwen, verraad en de kwetsbaarheid van vrouw-zijn

 

 

 

 

 

 

 

 

Er zijn bepaalde lessen die meisjes al vroeg leren.

 

Ze leren alert te zijn. Ze leren dat het verstandig is om 's avonds niet alleen door een donker park te lopen. Dat het slim is om een berichtje te sturen wanneer ze veilig zijn thuisgekomen. Dat ze hun drankje in de gaten moeten houden op feestjes. Dat ze beter niet te lang oogcontact kunnen maken met een groep mannen op straat. Dat een sleutelbos tussen de vingers soms geruststellend kan voelen.

 

Veel van deze lessen worden doorgegeven uit liefde. Ouders willen hun dochters beschermen tegen een wereld die niet altijd veilig is. Toch schuilt er in deze lessen een ongemakkelijke waarheid. Ze impliceren dat vrouwen voortdurend rekening moeten houden met de mogelijkheid van gevaar.

 

Het beeld dat daarbij vaak wordt opgeroepen is dat van de onbekende man. De vreemdeling in de steeg. De schaduw op de parkeerplaats. Het gevaar bevindt zich buiten, zo lijkt het. Op afstand van het dagelijks leven. Buiten de muren van het huis.

 

Maar telkens opnieuw blijken de cijfers, de verhalen en de ervaringen van vrouwen iets anders te vertellen.

 

Het grootste gevaar bevindt zich vaak niet op de plekken waarvoor vrouwen worden gewaarschuwd. Het bevindt zich juist op de plekken waar veiligheid vanzelfsprekend zou moeten zijn. In relaties. Binnen gezinnen. In vriendengroepen. Achter voordeuren die bescherming zouden moeten bieden. Soms zelfs naast degene aan wie je het meeste vertrouwen hebt geschonken.

 

De afgelopen jaren hebben verschillende zaken dit pijnlijk zichtbaar gemaakt. De zaak van Gisèle Pelicot schokte de wereld omdat zij niet alleen werd geconfronteerd met seksueel geweld, maar ook met een bijna onvoorstelbaar verraad. De man met wie zij haar leven deelde bleek degene te zijn die haar kwetsbaarheid organiseerde. Recent werden ook in Nederland meerdere mannen gearresteerd op verdenking van het drogeren en seksueel misbruiken van vrouwen uit hun directe omgeving, terwijl beeldmateriaal van dat misbruik online werd gedeeld.

 

Deze gebeurtenissen zijn uitzonderlijk in hun omvang, maar niet in hun onderliggende dynamiek. Zij confronteren ons met een ongemakkelijke vraag die veel verder reikt dan individuele daders en slachtoffers.

 

Wat betekent veiligheid wanneer het gevaar zich bevindt op de plek waar veiligheid zou moeten wonen?

Die vraag raakt aan meer dan criminaliteit alleen. Zij raakt aan vertrouwen, intimiteit en menselijke waardigheid. Want thuis is meer dan een fysieke ruimte. Thuis is de plek waar waakzaamheid mag rusten. Waar het lichaam zich ontspant. Waar kwetsbaarheid mogelijk wordt omdat je erop vertrouwt dat die kwetsbaarheid niet tegen je zal worden gebruikt.

 

Wanneer zelfs die ruimte onzeker wordt, raakt dat aan iets fundamenteels. Niet alleen voor vrouwen, maar voor de samenleving als geheel.

 

 

 

Het gevaar waar vrouwen voor worden gewaarschuwd

Wanneer vrouwen spreken over veiligheid, ontstaat er vaak een merkwaardige spanning. Enerzijds leven we in een samenleving die in veel opzichten veiliger is geworden dan ooit tevoren. Anderzijds kennen veel vrouwen een vorm van waakzaamheid die zo vanzelfsprekend is geworden dat zij nauwelijks nog wordt opgemerkt.

 

Het begint vaak al op jonge leeftijd, als aanpassing. Meisjes leren rekening te houden met situaties die voor jongens vaak minder zichtbaar zijn. Ze leren routes af te wegen. Ze leren de sfeer van een ruimte te lezen. Ze leren onderscheid te maken tussen aandacht die prettig voelt en aandacht die ongemakkelijk maakt. Ze leren dat sommige situaties extra alertheid vragen.

 

Veel van deze kennis wordt niet formeel overgedragen. Zij ontstaat in gesprekken met vriendinnen, in ervaringen, in waarschuwingen van ouders, in verhalen die van generatie op generatie worden doorgegeven. Het is een vorm van sociale kennis die voortkomt uit een gedeelde werkelijkheid.

 

Juist daarom valt op hoe hardnekkig het culturele beeld van gevaar blijft. In films, nieuwsberichten en publieke campagnes verschijnt gevaar vaak als iets dat zich buiten afspeelt. De onbekende man. De donkere straat. De eenzame fietstocht naar huis. Het zijn reële risico's, maar zij vertellen slechts een deel van het verhaal.

 

De werkelijkheid blijkt veel complexer.

 

Onderzoek laat al decennialang zien dat vrouwen veel vaker slachtoffer worden van geweld, seksueel misbruik en grensoverschrijdend gedrag door mensen die zij kennen dan door volstrekte vreemden. Partners, ex-partners, familieleden, collega's, vrienden en bekenden vormen statistisch gezien een veel grotere risicofactor dan de onbekende man op straat.

 

Dat is een ongemakkelijk gegeven. En niet alleen omdat het ingaat tegen een diepgeworteld cultureel verhaal, maar ook omdat het raakt aan ons verlangen naar overzicht. Een gevaar buiten onszelf kunnen we vermijden. We kunnen een andere route nemen, een deur op slot doen of een plek mijden. Gevaar dat zich bevindt binnen relaties laat zich niet zo gemakkelijk op dezelfde manier beheersen.

 

Juist daar ontstaat een existentiële kwetsbaarheid.

Menselijke relaties kunnen alleen bestaan bij gratie van vertrouwen. Vriendschap, liefde, intimiteit en gezinsleven vragen allemaal dat we onze waakzaamheid gedeeltelijk laten zakken. Niemand kan voortdurend op zijn hoede zijn. Om werkelijk samen te kunnen leven moeten we geloven dat de ander ons welzijn niet bewust zal schaden.

 

Daarom raakt verraad ons vaak veel dieper dan geweld alleen. Wanneer een vreemde een grens overschrijdt, wordt onze veiligheid aangetast. Wanneer iemand die wij vertrouwen die grens overschrijdt, wordt daarnaast ook ons vertrouwen in de werkelijkheid zelf geraakt. De persoon die bescherming had moeten bieden blijkt deel van het gevaar te zijn geworden. De plek die veiligheid had moeten bieden wordt een bron van onzekerheid.

 

Dat is precies waarom zaken zoals die van Gisèle Pelicot zoveel mensen diep hebben geschokt. De verontwaardiging kwam niet alleen voort uit de ernst van het geweld. Zij kwam ook voort uit het besef dat het geweld mogelijk werd gemaakt door degene die juist haar veiligheid had moeten bewaken. Hetzelfde geldt voor de recente Nederlandse verdenkingen van drogering en seksueel misbruik binnen relaties. De details verschillen, maar de onderliggende breuk is dezelfde: vertrouwen wordt gebruikt als toegangspoort tot kwetsbaarheid.

 

Voor veel vrouwen ligt hierin een herkenbare werkelijkheid besloten. Niet per se omdat iedere vrouw slachtoffer wordt van geweld, maar omdat vrijwel iedere vrouw verhalen kent. Verhalen van vriendinnen. Van collega's. Van familieleden. Soms van zichzelf. Verhalen waarin de dreiging niet van buiten kwam, maar van binnenuit.

 

Dat is wat deze gebeurtenissen zo confronterend maakt. Zij laten zien dat veiligheid niet alleen een kwestie is van bescherming tegen vreemden. Veiligheid vraagt ook om de mogelijkheid om anderen te vertrouwen zonder dat dat vertrouwen tegen je wordt gebruikt.

 

En precies daar wordt zichtbaar hoe fragiel beschaving werkelijk is. Niet in de wetten die we maken of de rechten die we vastleggen, maar in de manier waarop wij omgaan met de kwetsbaarheid die anderen ons toevertrouwen.

 

 

De ervaring van waakzaamheid

De meeste vrouwen leven niet in voortdurende angst. Dat beeld doet geen recht aan de werkelijkheid. Vrouwen werken, reizen, sporten, gaan uit, worden verliefd, stichten gezinnen en leiden hun leven zoals ieder ander. Toch beschrijven veel vrouwen een vorm van waakzaamheid die zo vanzelfsprekend is geworden dat zij nauwelijks nog als bijzonder wordt ervaren.

 

Het is een alertheid die zich vaak afspeelt op de achtergrond van het bewustzijn. Een snelle inschatting van een situatie. Een blik over de schouder wanneer iemand achter hen loopt. Een keuze voor een beter verlichte route. Een telefoongesprek tijdens het naar huis lopen. Een vriend of vriendin laten weten dat ze veilig zijn aangekomen.

 

Afzonderlijk lijken deze handelingen klein en onbeduidend. Samen vormen zij een patroon dat veel vrouwen herkennen.

Opvallend genoeg wordt deze waakzaamheid vaak pas zichtbaar wanneer vrouwen erover praten met elkaar. Wat voor de één vanzelfsprekend lijkt, blijkt voor de ander herkenbaar. Verhalen stapelen zich op. Verhalen over ongewenste opmerkingen, opdringerig gedrag, grensoverschrijdende aanrakingen of situaties waarin een gevoel van onveiligheid moeilijk onder woorden te brengen was, maar wel degelijk aanwezig bleek.

 

Veel vrouwen ontwikkelen daardoor een fijngevoeligheid voor signalen die anderen soms ontgaan. Zij leren gezichtsuitdrukkingen lezen, stemmingen inschatten en sociale situaties voortdurend interpreteren. Dat vermogen kan beschermend werken, maar het heeft ook een prijs. Een deel van de mentale ruimte blijft voortdurend gericht op het beoordelen van mogelijke risico's.

 

De paradox is dat deze waakzaamheid vaak onzichtbaar blijft voor degenen die haar niet hoeven te dragen, maar wel grotendeels veroorzaken. Veel mannen zijn zich oprecht niet bewust van de berekeningen die vrouwen dagelijks maken. Dat is geen onwil, maar komt omdat hun ervaring van de wereld anders is. Waar een vrouw zich afvraagt of zij beter een andere route kan nemen, denkt een man daar mogelijk nooit over na. Waar een vrouw haar drankje in de gaten houdt tijdens een avond uit, ervaart een man dezelfde situatie als volledig zorgeloos. Juist daardoor kunnen gesprekken over veiligheid soms langs elkaar heen lopen. Wat voor de één een dagelijkse realiteit is, blijft voor de ander grotendeels onzichtbaar.

 

Als moeder merk ik dat deze werkelijkheid mij op een nieuwe manier raakt. Ik ben moeder van een dochter en een zoon. Wanneer ik naar mijn dochter kijk, weet ik dat zij op een dag haar eigen weg door de wereld zal vinden. Zij zal haar eigen keuzes maken, haar eigen stem ontwikkelen en haar eigen grenzen leren bewaken. Tegelijkertijd weet ik dat zij waarschijnlijk ook kennis zal maken met vormen van waakzaamheid die generaties vrouwen vóór haar hebben gekend.

 

Dat besef roept ongemakkelijke vragen op.

 

Waarom is deze waakzaamheid nog steeds nodig?

 

Waarom beschouwen we het als normaal dat meisjes leren hoe zij risico's kunnen beperken, terwijl de omstandigheden die deze waakzaamheid noodzakelijk maken veel minder vanzelfsprekend worden bevraagd?

 

Die vragen raken niet alleen aan vrouwen. Zij raken ook aan mannen.

 

Wanneer ik naar mijn zoon kijk, denk ik niet alleen aan de wereld waarin hij zal leven, maar ook aan de bijdrage die hij aan die wereld zal leveren. Ik hoop dat hij zal opgroeien tot iemand die de kwetsbaarheid van anderen herkent en respecteert. Iemand die begrijpt dat vertrouwen een geschenk is en geen vanzelfsprekendheid. Iemand die de menselijkheid van de ander blijft zien, juist wanneer macht, verlangen of groepsdruk hem uitnodigen om dat niet te doen.

 

Daarin schuilt tegelijkertijd een belangrijke paradox. De veiligheid van vrouwen wordt vaak besproken als een vraagstuk van bescherming. Maar uiteindelijk gaat het ook over opvoeding, empathie en verantwoordelijkheid. Over de vraag hoe wij jongens en meisjes leren om zich tot elkaar te verhouden.

 

Want hoewel waakzaamheid vrouwen kan helpen zichzelf te beschermen, ligt de diepste oplossing elders. Niet in een samenleving waarin vrouwen steeds beter leren omgaan met gevaar, maar in een samenleving waarin minder redenen bestaan om voortdurend alert te moeten zijn.

 

Dat ideaal is nog niet bereikt. Maar juist daarom is het de moeite waard om het te blijven benoemen.

 

Waakzaamheid mag nooit de prijs worden die vrouwen vanzelfsprekend betalen voor hun deelname aan het openbare leven. Zij is een aanpassing aan een werkelijkheid die we vaak als normaal zijn gaan beschouwen. Verandering begint op het moment dat we die normaliteit opnieuw ter discussie durven stellen.

 

 

Wanneer het gevaar dichtbij komt

Er bestaat een hardnekkig idee dat veiligheid vooral een kwestie is van afstand. Houd gevaar op afstand en je bent veilig. Vermijd risicovolle situaties. Blijf uit de buurt van mensen die je niet vertrouwt. Loop niet alleen door donkere, verlaten straten.

 

Op het eerste gezicht klinkt dat logisch, maar wanneer we kijken naar veel vormen van seksueel geweld, huiselijk geweld en grensoverschrijdend gedrag, blijkt dat afstand vaak niet het probleem is.

 

Het probleem is juist nabijheid.

 

De meeste mensen laten slechts een klein aantal anderen werkelijk dichtbij komen. We delen onze kwetsbaarheid niet zomaar. Liefde, vriendschap en intimiteit vragen om vertrouwen. Zij vragen dat we onze waakzaamheid gedeeltelijk loslaten en ons openstellen voor een ander.

 

Dat maakt menselijke verbondenheid mogelijk, maar het maakt ook verraad mogelijk. Wanneer een vreemde een grens overschrijdt, ervaren we angst, woede of machteloosheid. Wanneer iemand die wij liefhebben een grens overschrijdt, gebeurt er vaak iets veel complexer. Dan wordt niet alleen een grens geschonden, maar ook het fundament waarop de relatie rustte. De werkelijkheid zelf raakt ontwricht.

 

Veel slachtoffers van geweld binnen relaties beschrijven achteraf niet alleen het leed van wat hen is aangedaan, maar ook de verwarring die daarmee gepaard ging. Hoe kan iemand die zegt van je te houden je tegelijkertijd beschadigen? Hoe kan iemand die jouw vertrouwen ontvangt datzelfde vertrouwen gebruiken als toegangspoort tot misbruik? Hoe verhoudt liefde zich tot verraad?

 

Het zijn vragen waarop geen eenvoudig antwoord bestaat.

 

Misschien is dat ook waarom de zaak van Gisèle Pelicot wereldwijd zoveel mensen heeft geraakt. Natuurlijk speelde de omvang van het geweld daarbij een rol. Maar onder de collectieve ontzetting ligt nog iets anders verscholen. Mensen werden geconfronteerd met een werkelijkheid die moeilijk te bevatten is: de persoon die haar veiligheid had moeten beschermen, bleek degene te zijn die haar kwetsbaarheid uitbuitte. In zekere zin was het niet alleen een misdaad tegen haar lichaam. Het was ook een misdaad tegen vertrouwen.

 

Iets vergelijkbaars klinkt door in de recente Nederlandse verdenkingen van het drogeren en seksueel misbruiken van vrouwen binnen relaties en het delen van beelden daarvan. Opnieuw lijkt de schok niet alleen voort te komen uit het geweld zelf, maar uit de nabijheid van de daders. Het gaat niet om onbekenden die een gelegenheid zagen. Het gaat om mensen die toegang kregen tot de meest kwetsbare delen van iemands leven omdat zij werden vertrouwd.

 

Juist dat maakt dergelijke gebeurtenissen zo ontwrichtend. Want vertrouwen is geen juridisch contract. Vertrouwen is een existentiële daad. Iedere keer dat we iemand liefhebben, vriendschap sluiten of onszelf kwetsbaar tonen, maken we impliciet de keuze om te geloven dat de ander zorgvuldig met onze kwetsbaarheid zal omgaan. Zonder dat vertrouwen zouden menselijke relaties onmogelijk worden.

 

Wanneer dat vertrouwen wordt verraden, blijft de schade daarom zelden beperkt tot het oorspronkelijke voorval. Veel slachtoffers beschrijven hoe ook hun vertrouwen in toekomstige relaties wordt geraakt. Wat ooit vanzelfsprekend leek, wordt onzeker. Wat ooit veilig voelde, vraagt om nieuwe voorzichtigheid.

 

De gevolgen reiken daarmee verder dan het individu. Wanneer verhalen over verraad zich opstapelen, beïnvloeden zij ook de collectieve ervaring van veiligheid. Vrouwen leren niet alleen van hun eigen ervaringen, maar ook van de ervaringen van anderen. Verhalen van vriendinnen, collega's, zussen en moeders vormen een gedeeld geheugen waarin de mogelijkheid van verraad voortdurend aanwezig blijft.

 

Dat betekent niet dat mannen als groep onbetrouwbaar zijn. Het betekent wel dat vertrouwen nooit volledig losstaat van de werkelijkheid waarin mensen leven. En dat is een van de meest pijnlijke aspecten van dit onderwerp. De meeste mannen zullen nooit geweld plegen tegen een vrouw. De meeste relaties zijn niet gebaseerd op misbruik. De meeste mensen proberen oprecht goed voor elkaar te zijn. En toch zijn de verhalen over verraad talrijk genoeg om een collectieve waakzaamheid in stand te houden.

 

Daarin openbaart zich een tragische paradox. Menselijke verbondenheid vraagt om vertrouwen, maar vertrouwen vraagt om de bereidheid kwetsbaar te zijn. En juist die kwetsbaarheid kan worden misbruikt.

 

De vraag is daarom niet hoe we een wereld kunnen creëren zonder kwetsbaarheid. Zo'n wereld zou ook een wereld zonder intimiteit zijn. De werkelijke vraag is hoe we een samenleving kunnen vormen waarin kwetsbaarheid niet wordt gezien als een kans om macht uit te oefenen, maar als iets wat bescherming verdient.

 

Want uiteindelijk wordt de kwaliteit van een beschaving nergens zo zichtbaar als in de manier waarop zij omgaat met mensen die hun vertrouwen schenken aan een ander.

 

Intimiteit als ruimte van vertrouwen

De diepste betekenis van veiligheid schuilt niet in sloten, camera's of alarmsystemen. Zij schuilt in vertrouwen. In de mogelijkheid om onze waakzaamheid neer te leggen zonder dat onze kwetsbaarheid tegen ons wordt gebruikt. Dat is wat intimiteit mogelijk maakt.

 

Intimiteit ontstaat niet vanzelf. Zij vraagt om een bereidheid om de ander dichterbij te laten komen dan de meeste mensen ooit zullen komen. We delen onze gedachten, onze angsten, onze verlangens en ons lichaam. We tonen delen van onszelf die voor de buitenwereld verborgen blijven. We laten de controle gedeeltelijk los omdat een relatie zonder vertrouwen onmogelijk is. In die zin is intimiteit altijd een risico. Niet omdat wantrouwen de norm zou moeten zijn, maar omdat vertrouwen per definitie betekent dat we iets kostbaars in handen van een ander leggen.

 

De filosoof Martin Buber beschreef menselijke relaties als een ontmoeting tussen een Ik en een Gij. In een dergelijke ontmoeting verschijnt de ander niet als middel, functie of object, maar als een volwaardig menselijk wezen. Een relatie wordt pas werkelijk menselijk wanneer beide personen elkaar erkennen in hun uniciteit en waardigheid. Intimiteit vormt misschien wel de meest kwetsbare vorm van zo'n ontmoeting.

 

Juist daarom kan het verlies ervan zo ingrijpend zijn. Wanneer vertrouwen wordt geschonden, verandert de ander namelijk niet alleen in iemand die schade heeft toegebracht. Er vindt tegelijkertijd een verschuiving plaats in de aard van de relatie zelf. De wederkerigheid verdwijnt. Waar eerder ontmoeting was, ontstaat gebruik. Waar erkenning was, verschijnt instrumentalisering.

 

Ook Emmanuel Levinas benadrukte dat de ontmoeting met de ander altijd een ethische dimensie heeft. Het gezicht van de ander doet een beroep op ons. Het herinnert ons eraan dat de ander geen object is dat wij kunnen bezitten of gebruiken, maar een mens wiens kwetsbaarheid verantwoordelijkheid van ons vraagt.

 

Binnen liefdevolle relaties wordt die verantwoordelijkheid nog groter. Juist omdat partners elkaar toegang geven tot hun meest kwetsbare kanten. Wie wordt vertrouwd, ontvangt daarmee een bijzondere positie. Niet als eigenaar van die kwetsbaarheid, maar als tijdelijke bewaker ervan.

 

Uiteindelijk is dat wat zoveel verhalen over verraad zo pijnlijk maakt. Het is niet alleen dat iemand schade toebrengt, maar dat iemand ervoor kiest om een geschonken vertrouwen te gebruiken voor eigen doeleinden. De ander wordt dan geen medemens meer, maar een middel. Geen persoon meer, maar een functie. Geen Gij, maar een Het.

 

Dat proces beperkt zich niet tot de extreme voorbeelden die het nieuws halen. Het kan zich ook voordoen in subtielere vormen van manipulatie, vernedering, bedrog of emotioneel misbruik. De uitingsvormen verschillen, maar de onderliggende beweging vertoont vaak dezelfde structuur: de behoeften, grenzen of waardigheid van de ander verliezen hun vanzelfsprekende betekenis.

 

Daar raakt dit onderwerp aan een bredere vraag over beschaving. Een samenleving wordt vaak beoordeeld op haar wetten, instituties, economische prestaties en algehele welvaart. Maar misschien openbaart beschaving zich nog duidelijker in de manier waarop mensen omgaan met de kwetsbaarheid van anderen. Juist wanneer dat niet gemakkelijk is. Juist wanneer zij de macht hebben om anders te handelen. Wanneer iemand slaapt naast een partner. Wanneer iemand de geheimen van een vriend kent. Wanneer iemand wordt vertrouwd. Wanneer iemand toegang heeft tot een kwetsbaarheid die niet zichtbaar is voor de buitenwereld.

 

Op zulke momenten ontstaat een keuze. Niet enkel tussen goed en kwaad in abstracte zin, maar tussen zorg en gebruik. Tussen erkenning en instrumentalisering. Tussen verantwoordelijkheid en macht.

 

Daar wordt zichtbaar wat liefde werkelijk betekent. Niet als gevoel of verlangen, maar als de bereidheid om zorgvuldig om te gaan met de kwetsbaarheid die een ander ons heeft toevertrouwd. Want waar die zorg verdwijnt, verdwijnt uiteindelijk ook de veiligheid die intimiteit mogelijk maakt. En wanneer intimiteit haar veiligheid verliest, raakt dat niet alleen individuele relaties. Het raakt aan één van de fundamenten waarop menselijke verbinding rust.

 

 

Zelfs thuis niet veilig

Aan het begin van dit essay stelde ik een eenvoudige vraag:

 

Wat betekent veiligheid wanneer het gevaar zich bevindt op de plek waar veiligheid zou moeten wonen?

 

Gaandeweg werd duidelijk dat deze vraag over meer gaat dan criminaliteit of geweld alleen. Zij raakt aan iets veel fundamenteler: de mogelijkheid om anderen te vertrouwen.

 

Een mens kan niet leven zonder vertrouwen. Wij vertrouwen vrienden onze geheimen toe. Wij vertrouwen partners met onze kwetsbaarheid. Wij vertrouwen familieleden met onze kinderen. Iedere betekenisvolle relatie vraagt dat wij een deel van onze waakzaamheid laten rusten. Dat is geen teken van zwakte, het is een voorwaarde voor menselijk samenleven. En juist daarom is verraad zo ontwrichtend.

 

Wanneer een onbekende ons schade berokkent, wordt onze veiligheid aangetast. Wanneer iemand die wij vertrouwen ons schade berokkent, wordt daarnaast ook het vertrouwen zelf beschadigd. De plek waar wij bescherming verwachtten, blijkt deel van het gevaar te zijn geworden.

 

Voor veel vrouwen is dat geen abstract gegeven. Het leeft in verhalen die worden doorverteld. In ervaringen van vriendinnen, collega's, moeders en dochters. In een collectief geheugen waarin de mogelijkheid van verraad voortdurend aanwezig is. Niet omdat iedere man een bedreiging vormt of omdat wantrouwen de juiste houding zou zijn, maar omdat de werkelijkheid leert dat nabijheid geen garantie biedt voor veiligheid.

 

Dat is de diepste tragedie van zaken zoals die van Gisèle Pelicot en de recente Nederlandse verdenkingen van drogering en seksueel misbruik binnen relaties. Zij tonen niet alleen wat geweld met een mens doet. Zij tonen ook hoe kwetsbaar vertrouwen is.

Tegelijkertijd schuilt daarin een belangrijke les. Wanneer geweld en misbruik uiteindelijk draaien om het reduceren van een mens tot middel, dan begint veiligheid bij het tegenovergestelde. Bij het vermogen om de ander te blijven zien als een mens met een eigen waardigheid, een eigen kwetsbaarheid en een eigen innerlijk leven.

 

Daar raakt dit onderwerp aan de bredere vraag die centraal staat in deze reeks. De vraag naar het verloren midden.

 

Want uiteindelijk wordt een beschaving niet in de eerste plaats bedreigd door extremisten, dictators of ideologieën. Haar daadwerkelijke erosie begint op het moment dat mensen de gevoeligheid verliezen voor de kwetsbaarheid van anderen. Wanneer aandacht verdwijnt. Wanneer empathie afneemt. Wanneer macht belangrijker wordt dan wederkerigheid. Wanneer de ander steeds gemakkelijker kan worden gebruikt als middel tot een doel.

 

Het verlies van veiligheid begint dan lang voordat het geweld zichtbaar wordt. Het begint op het moment dat de ander ophoudt een medemens te zijn. Een samenleving waarin vrouwen hun waakzaamheid nergens volledig kunnen neerleggen, verliest iets wezenlijks. Niet alleen voor vrouwen, maar voor iedereen. Want thuis is meer dan een huis. Thuis is de plaats waar vertrouwen mag rusten. Waar kwetsbaarheid geen risico hoeft te zijn. Waar mensen zichzelf kunnen zijn zonder voortdurend alert te blijven.

 

Daarin ligt uiteindelijk de kern van beschaving. Niet in de afwezigheid van gevaar, maar in de aanwezigheid van vertrouwen. Een werkelijk beschaafde samenleving is een samenleving waarin vrouwen niet hoeven te kiezen tussen verbondenheid en veiligheid. Een samenleving waarin intimiteit geen bron van angst is, maar een ruimte van wederkerigheid, zorg en erkenning.

 

Zolang dat ideaal nog niet is bereikt, blijft de vraag bestaan. Niet zozeer hoe we vrouwen kunnen beschermen, maar hoe we een wereld kunnen creëren waarin die bescherming niet meer noodzakelijk is.

Zelfs thuis niet veilig, unsafe home, huiselijk geweld, vrouw-zijn
bottom of page